CoBrA: een zeldzaam moment in de hedendaagse kunst
Hoewel ook veel andere en jongere kunstenaars zich door Jaski Art
vertegenwoordigd weten, concentreert de galerie zich vooral op werk van
schilders en beeldhouwers die bij de beroemde CoBrA-groep betrokken
waren. CoBrA - niet alleen de naam van een slang, maar ook een
samenvoeging van de Franse namen Copenhague, Bruxelles en Amsterdam:
een idee van Christian Dotremont - werd eind 1948 in Parijs opgericht
via de fusie van drie experimentele groeperingen uit Denemarken, België
en Nederland.

Corneille (links) en Constant in 1948
Vernieuwers
De
Nederlandse groepering heette de 'Experimentele Groep Holland' en was
vlak na de oorlog gevormd door een klein aantal vernieuwers in de
beeldende kunst en de poëzie, zoals de schilders Karel Appel, Constant
Nieuwenhuys en Corneille en de dichters Jan Elburg, Gerrit Kouwenaar en
Lucebert, van wie de laatste overigens ook schilderde. Zij wilden een
eind maken aan de gezapigheid van het toenmalige bestaan.
Conservatisme
Het
kunstklimaat in Nederland kenmerkte zich destijds nog door
conservatisme en isolationisme. Men liep ver achter op de
ontwikkelingen in andere Europese landen, waarbij de leden van de
'Experimentele Groep Holland' zich wilden aansluiten. Dat lukte via de
oprichting van CoBrA: de doorbraak van de moderne kunst in Nederland.
Oprichting
In
het Parijse café Notre Dame ondertekenden Asger Jorn (Kopenhagen),
Joseph Noiret en Christian Dotremont (Brussel) en Constant, Corneille
en Karel Appel (Amsterdam) op 8 november 1948 het manifest 'La Cause
était entendue' (De zaak was beklonken). Dit manifest, opgesteld door
Dotremont, was in feite een openbare afwijzing van een ander manifest,
namelijk dat van de Franse surrealisten onder de titel 'La Cause est
entendue' (De zaak is beklonken). Tegelijkertijd betekende het de
geboorte van CoBrA.
Fantasie
De
CoBrA-kunstenaars - zij gaven een eigen blad uit, dat eveneens CoBrA
heette - wensten een nieuwe weg in te slaan, waarin voor de dogma's van
de kunstacademies geen plaats meer mocht zijn. Zij wilden zonder
vooropgezet plan hun fantasie de vrije loop laten en lieten zich
daarbij vooral inspireren door kindertekeningen, kunstuitingen van
geestelijk gehandicapten en primitieve kunst, omdat daarin volgens hen
nog spontaniteit te herkennen was. Dieren als de vogel, de kat, de hond
en de slang spelen in talloze CoBrA-werken een hoofdrol, net als
fantasiebeesten en wezens die uit een combinatie van een dier en een
mens zijn gevormd. Afrikaanse maskers waren ook een inspiratiebron,
evenals mythen en uitingen van volkskunst. Bovendien werkten de
CoBrA-kunstenaars, die graag felle en primaire kleuren gebruikten, vaak
gezamenlijk aan kunstwerken.

Cobramodification' - 1949 - Gezamenlijke muurschildering
Jorn, Appel en Corneille op boerderij keramist Erik Nyholm
Vechtpartij
Na de
oprichting volgden drie turbulente jaren. Reeds bij de opening van de
eerste CoBrA-tentoonstelling in 1949, op initiatief van de
legendarische directeur Willem Sandberg van het Stedelijk Museum van
Amsterdam, die liefst zeven zalen beschikbaar had gesteld, was er groot
rumoer. De kranten spraken, zoals verwacht, van afstotelijke kunst en
provocerend gedrag van de kunstenaars. "Geklad, Geklets en Geklodder in
het Stedelijk Museum", kopte bijvoorbeeld het dagblad Het Vrije Volk.
Een avond voor experimentele dichtkunst in het Stedelijk liep zelfs uit
op een vechtpartij.
Invloed
Nog
slechts één tentoonstelling, overigens nog groter dan die in Amsterdam,
volgde: in 1951 in Luik. Daarna, in november van dat jaar, viel CoBrA
alweer uit elkaar. Veel leden waren het niet meer met elkaar eens en
gingen hun eigen weg. Maar het waren wél drie heel belangrijke jaren.
Het is niet overdreven te stellen dat CoBrA zelfs nu nog grote invloed
op de internationale hedendaagse kunst uitoefent.
Impulsief
In
1995 gaf Jaski Art Gallery het nu al klassieke boek 'CoBrA' uit,
geschreven door de Belg Richard Miller. Voor dat boek schreef de
vermaarde Nederlandse kunstcriticus Ed Wingen een inleiding, waaruit
wij citeren: "CoBrA. De klank heeft de eigenlijke betekenis van dit
woord overstemd. Zou Christian Dotremont hebben beseft dat de naam van
de giftige brilslang een begrip in de kunstgeschiedenis zou worden? Er
is in ieder geval sprake van een gelukkige vondst. De samenvoeging van
de experimentele groeperingen in Kopenhagen, Brussel en Amsterdam in de
herfst van 1948, bij toeval in Parijs, was een impulsieve daad en als
zodanig kenmerkend voor de opvatingen van de Deense, Belgische en
Nederlandse kunstenaars die op dezelfde golflengte bleken te verkeren.

'Le chercheur des champignons'
Corneille - 1950
Gelukkig
Het toeval heeft
van meet af aan een essentiële rol gespeeld. Zou er ooit een CoBrA zijn
geweest als Asger Jorn en Constant Nieuwenhuys elkaar niet in 1946 in
Parijs hadden ontmoet? Hun kennismaking op een expositie van Miró bij
Galerie Pierre is een van de weinige gelukkige momenten in de
kunstgeschiedenis. De zes jaar oudere schilder uit Jutland was al
vertrouwd met de Parijse kunstwereld.
Symbolisch
Hij
had in de jaren dertig, na een korte leertijd bij Fernand Léger, het
surrealisme van Klee en Miró in zijn hart gesloten en samen met twee
andere leerlingen een wandschildering van Léger voor de
Wereldtentoonstelling van 1937 uitgevoerd. Bovendien had hij in
opdracht van Le Corbusier een kindertekening vergroot die de ingang van
het Pavillon des Temps Nouveaux moest markeren. Dat is achteraf een
symbolische daad geweest. De spontane kunst van het kind heeft
inderdaad een nieuwe tijd aangekondigd.
Oorspronkelijkheid
De
Deense Experimentelen vingen er tijdens de oorlogsjaren al een glimp
van op. "Er zijn maar enkelen die in de strijd met de conventionele
maatschappij erin slagen hun oorspronkelijkheid te bewaren en zich
ontwikkelen zonder het contact met hun kinderjaren te verliezen",
schreef Ejler Bille in het najaar van 1942 in het tijdschrift Helhesten
(Hellepaard).
Spontaan
Pas
na de oorlog kon Constant in het blad Reflex manifesteren: "Een levende
kunst kent geen onderscheid tussen mooi en lelijk, omdat zij geen
esthetische normen stelt. (-) Beschouwen we een uiting die iedere
categorie van het leven omvat, bijvoorbeeld de uiting van het kind (dat
nog niet in het sociale verkeer is opgenomen), dan zien we dit
onderscheid niet. Het kind kent geen andere wet dan zijn spontaan
levensgevoel en heeft geen andere behoefte dan dit te uiten."

'Vragend kind' - Karel Appel - 1950
Steun
Het was ook een
gelukkig toeval dat Karel Appel en Corneille in contact met de marxist
Constant kwamen. Omdat zij het spontane levensgevoel zonder
marxistische bijgedachten tot uitdrukking brachten, konden zij de
politieke stellingname van zowel Constant als van de revolutionaire
surrealist Dotremont relativeren. Zij kregen daarbij steun van Eugène
Brands, Anton Rooskens en Theo Wolvecamp, die de kunst eveneens als een
gevoelsdaad beschouwden.
Rotzooi
Ondanks
Constants behoefte aan wat hij een maatschappijverandering en 'nieuwe
volkskunst' noemde, stond de A van CoBrA in het teken van het
vrijheid-blijheid-gevoel. Karel Appel heeft er met zijn
'Vrijheidsschreeuw' geen twijfel over laten bestaan. Toen hij na CoBrA
zijn eigen weg ging, getuigde hij Amsterdams laconiek: "Ik rotzooi maar
wat aan."
Onbegrensd
Die
vaak verkeerd begrepen uitspraak geeft in essentie weer wat de kunst
van CoBrA inhoudt: de kracht van de spontaniteit, de verrassing van het
toeval en de beweeglijkheid van de materie. Of zoals Constant het
noemde: "De expérience." Aan die ondervinding of ervaring heeft de
kunst van CoBrA haar "onbegrensde suggestie" te danken. "Daarom",
verklaarde Constant in zijn beroemde manifest, "kan men zeggen dat de
beeldende kunst na een periode waarin zij NIETS voorstelde, thans een
periode is ingegaan waarin zij ALLES voorstelt."
Stijl
Hoewel
CoBrA de bedoeling had de "ervaring" te continueren en zodoende te
ontsnappen aan een stijl is die opzet mislukt. CoBrA is een stijl
geworden. Komt het omdat het avontuur van de Experimentelen, dat zo
enthousiast en spontaan werd beleefd en mede door het aandeel van de
experimentele dichters tot unieke proeven van samenwerking heeft
geleid, maar drie jaar heeft geduurd? Was eind 1951 de gezamenlijke
hoogspanning van de "expérience" bereikt? Of was de beweging van
experimentele kunstenaars na haar rumoerige presentatie in het
Amsterdams Stedelijk Museum te groot, te internationaal en dus te
onsamenhangend geworden?

'Tunesische droom' - Asger Jorn - 1948
Cerberus
De pogingen van
de onvermoeibare Jorn de CoBrA-ervaring levend te houden, eerst in
Albisola en daarna in het milieu van de Situationisten waartoe ook
Constant behoorde, hebben de ontwikkeling van een CoBrA-stijl niet
kunnen verhinderen. Zijn te vroege dood (1973) en ook het overlijden
van Dotremont (1979), die als een Cerberus over de CoBrA-erfenis
waakte, hebben een eind gemaakt aan de illusie van een andere
maatschappij, die met Provo in Amsterdam en de studentenopstand in
Parijs toch nog werkelijkheid leek te worden, definitief in rook te
zijn opgegaan.
Gedesillusioneerd
Constant,
die zich in zijn atelier teruggetrokken had om zijn stad van de
toekomst New Babylon te construeren, ging gedesillusioneerd in de musea
op zoek naar het geheim van de klassieke schilderkunst. "Met optimisme
zagen wij de toekomst tegemoet", getuigde hij in 1982 ter gelegenheid
van de eerste serieuze "postume" CoBrA-tentoonselling in Hamburg
weemoedig. "De kunst leek ons een onoverwinnelijk wapen in de strijd om
de vrijheid. We waren weliswaar arm, maar enthousiast. En de hoon van
het publiek liet ons koud. Een dergelijke instelling doet zich slechts
op zeldzame momenten voor."
Vitaliteit
CoBrA
blijkt definitief een zeldzaam moment in de Europese kunst van de
tweede helft van de twintigste eeuw te zijn geweest. Maar hoe
definitief ook, de vitaliteit van de "expérience" van toen wekt nog
steeds verbazing. Het zou kunnen betekenen dat er weer behoefte is aan
een levende kunst."